Laatst bijgewerkt op 7 juni 2026.
Hieronder staan oefeningen over driehoeken, gegroepeerd op onderwerp en oplopend in moeilijkheid. Probeer elke opgave eerst zelf en klik daarna op "Toon uitwerking" om je antwoord te controleren. Begrippen even kwijt? Bekijk de begrippenlijst of de formules.
Oppervlakte & omtrek
Opgave 1. Een driehoek heeft een basis van 12 cm en een hoogte van 5 cm. Bereken de oppervlakte.
Toon uitwerking
Gebruik A = ½ × basis × hoogte.
A = ½ × 12 × 5 = 30 cm²
Antwoord: 30 cm².
Opgave 2. De zijden van een driehoek zijn 7 cm, 9 cm en 11 cm. Bereken de omtrek.
Toon uitwerking
De omtrek is de som van de zijden: P = a + b + c.
P = 7 + 9 + 11 = 27 cm
Antwoord: 27 cm.
Opgave 3. Bereken met de formule van Heron de oppervlakte van een driehoek met zijden 6, 8 en 10.
Toon uitwerking
Eerst de halve omtrek: s = (6 + 8 + 10) / 2 = 12.
A = √[s(s−a)(s−b)(s−c)] = √[12 × 6 × 4 × 2] = √576 = 24
Tip: 6-8-10 is een rechthoekige driehoek, dus ½ × 6 × 8 = 24 klopt ook.
Antwoord: 24.
Stelling van Pythagoras
Opgave 4. In een rechthoekige driehoek zijn de rechthoekszijden 9 en 12. Bereken de hypotenusa.
Toon uitwerking
c² = 9² + 12² = 81 + 144 = 225
c = √225 = 15
Antwoord: 15. (Dit is het drietal 9-12-15.)
Opgave 5. Een rechthoekige driehoek heeft hypotenusa 26 en één rechthoekszijde 10. Bereken de andere zijde.
Toon uitwerking
Hier zoeken we een rechthoekszijde, dus aftrekken:
b² = c² − a² = 26² − 10² = 676 − 100 = 576
b = √576 = 24
Antwoord: 24.
Opgave 6. Is een driehoek met zijden 5, 6 en 8 rechthoekig?
Toon uitwerking
Pas de omgekeerde stelling toe op de langste zijde (8):
5² + 6² = 25 + 36 = 61
8² = 64
61 ≠ 64, dus de driehoek is niet rechthoekig (wel bijna).
Sinusregel & cosinusregel
Opgave 7. In een driehoek geldt a = 8, A = 30° en B = 45°. Bereken zijde b met de sinusregel.
Toon uitwerking
Sinusregel: a / sin(A) = b / sin(B), dus b = a × sin(B) / sin(A).
b = 8 × sin(45°) / sin(30°) = 8 × 0,7071 / 0,5 ≈ 11,3
Antwoord: b ≈ 11,3.
Opgave 8. Gegeven a = 5, b = 7 en de ingesloten hoek C = 60°. Bereken zijde c met de cosinusregel.
Toon uitwerking
c² = a² + b² − 2ab·cos(C)
c² = 25 + 49 − 2·5·7·cos(60°) = 74 − 70·0,5 = 39
c = √39 ≈ 6,24
Antwoord: c ≈ 6,24.
Opgave 9. Bereken de oppervlakte van een driehoek met a = 7, b = 9 en ingesloten hoek C = 40°.
Toon uitwerking
Gebruik A = ½ × a × b × sin(C).
A = ½ × 7 × 9 × sin(40°) ≈ 31,5 × 0,643 ≈ 20,2
Antwoord: ≈ 20,2.